interview

Jac Hielema woont in Zwolle, niet zover van het centrum in een eenvoudig rijtjeshuis. De boeken en de piano staan op de gang, de kamer is karig ingericht, aan de muur hangt een schoolbord van papier. We gaan zitten in het ‘gezellige hoekje’, een grote zachte bank tegenover twee groene leren stoelen. Jac Hielema: “Wat zal ik zeggen? Ik ben geboren in Geleen. Met de bijbel, Bach en the Beatles opgegroeid. We verhuisden voortdurend. Zat op zes verschillende kleuterscholen in drie verschillende landen, drie verschillende basisscholen in twee verschillende landen, één middelbare school gewoon in Nederland en drie verschillende universiteiten in twee verschillende landen. Maar wat me het meest bepaalde – nog afgezien van hoe m’n ouders waren, hoe ze dachten en voelden, hoe ze met elkaar en hun kinderen omgingen – was de geboorte, het ziekteproces en het sterven van m’n jongere zusje Annemarie.” 

Al vroeg in zijn leven maakte Jac Hielema  kennis met de dood. “Ik wist al heel jong dat je ook weer zou sterven. Ik begreep de dood niet op een kinderlijke manier, omdat er een dood vogeltje langs de weg lag of omdat er iemand stierf in een film of zo. Ja, ook. Nee, ik ervaarde de dood als een donker angstaanjagend gat, als een ijskoude afwezigheid van leven, een niets. Niet dat ik dat toen al bewust had. Ik heb die onbegrepen ervaring tot diep in m’n volwassen leven met me meegedragen ongeveer zoals Harry Mulisch het fenomeen Hitler trachtte te begrijpen en er uiteindelijk in z’n boek Siegfried een draai aan gaf.”

Om uit te leggen hoe hij zijn onbegrepen ervaring met zich meedroeg, begint Jac Hielema te vertellen over een reis door India op z’n zestiende met z’n ouders. “Toen heb ik de schrijnende tegenstelling tussen armoede en rijkdom ervaren doordat een klein meisje geld van me wilde hebben net nadat ik meer dan genoeg had gegeten in een sjiek restaurant. Die tegenstelling tussen armoede en rijkdom, die wilde ik begrijpen. En overbruggen. Daarom ging ik tropische cultuurtechniek studeren in Wageningen. Want ik wilde naar aanleiding van die ervaring een bijdrage leveren aan de oplossing van het hongervraagstuk in de wereld.”

Veel later is hij zich gaan afvragen wat de samenhang was tussen de dood van z’n zusje en de honger van dat bedelende meisje. “Als ik die onbegrepen ervaring van de dood van m’n zusje niet in me had gedragen, dan had ik me niet zo laten raken door dat bedelende meisje, denk ik.” Weer ging het over een tegenstelling, deze keer tussen armoede en rijkdom. Later kwam Jac Hielema erachter dat de wetenschap de tegenstelling armoede/rijkdom net zomin begreep als de tegenstelling dood/leven.

Jac Hielema: “In Wageningen leerde ik honger te begrijpen als de afwezigheid van voedsel. Dus was 80% van de studie gewijd aan het leren van technieken om de voedselproductie te verhogen. Tegelijkertijd leerde ik dat er wel voldoende voedsel was op aarde, maar dat het een kwestie van eerlijk delen is. Die verschillende verklaringen voor de honger in de wereld brachten me opnieuw in verwarring. Dus ging ik ook nog psychologie en filosofie studeren. Ik wilde om leren gaan met gedachten en gevoelens. Met name was ik geïnteresseerd in het kennen. Hoe kan ik het kennen leren kennen? Ik zocht immers – onbewust –  naar overbrugging tussen tegenstellingen zonder dooddoeners als ‘de dood hoort nu eenmaal bij het leven’ en ‘er is altijd al armoede geweest’ aan te nemen.” Intussen was hij van een met de bijbel opgevoed vroom jongetje tot een academisch gevormde waarheid zoekende jongeman geworden. “En die gelooft niet, die wil weten.”

Opnieuw stuitte Jac Hielema op een tegenstelling, misschien wel de oertegenstelling deze keer, de tegenstelling aller tegenstellingen, namelijk die tussen de mens als kennend subject en de wereld als het te kennen object. Al duizenden jaren zoeken filosofen en wetenschappers vergeefs naar een overbrugging tussen die tegenstelling. Sterker nog, elk mens zoekt meer of minder bewust naar een overbrugging tussen zichzelf en de wereld, aldus Jac Hielema. “We voelen toch dat we één zijn met de wereld.”

“Enerzijds ben ik er nu uit in de zin dat ik heb ontdekt dat het de mens zelf is die zichzelf als subject tegenover de wereld als object plaatst.” Immers de mens ziet zich hier en het overige van de wereld daar, denkend begrijpt hij zichzelf hier als subject en het overige van de wereld daar als object. Maar omdat de mens zichzelf denkend tegenover de wereld plaatst, kan hij zich ook denkend weer verbinden met de wereld. “In die zin ben ik er wel uit…”

“Tegelijkertijd ben ik er nog niet uit, omdat het een continu proces is. Het is niet een kwestie van eens opgelost, altijd opgelost. Iedere keer weer opnieuw zie ik mezelf voor raadsels geplaatst.  Was het eerst het geheim van de dood. Vervolgens het raadsel van de honger in de wereld terwijl er toch voldoende voedsel is. Toen het mysterie van het menselijke kenproces. Iedere keer weer schiet ik vol vragen.” Op dit moment is Jac Hielema bezig met het vraagstuk van de vrije wil.

Jac Hielema: “Ben ik een geestelijk vrij denkend en handelend wezen of wordt mijn denken en handelen bepaald door natuurwetten? Voor een groot deel wordt m’n denken en handelen niet door mij bepaald, denk ik. Tegelijkertijd denk ik, voel ik, wil ik dat de mens zich kan ontwikkelen tot een door zichzelf bepaald wezen. In me vindt een continue strijd plaats tussen een protagonist en een antagonist, tussen een heldhaftige, edelmoedige, grappige, wijze en liefdevolle ‘ik’ en een laffe, angstige, fanatieke, kortzichtige en rancuneuze ‘ik’. Uiteindelijk overwint de vrijheid. De liefde en de waarheid winnen altijd.”

Jac Hielema: “Veel mensen strijden tegen iets buiten hen. Niet alleen in Syrië, Zuid-Soedan of de Centraal Afrikaanse Republiek, maar ook thuis, op het werk of binnen een relatie. Dat heeft geen zin. Wel is het zinvol om jezelf doelen te stellen om vervolgens de innerlijke strijd aan te gaan met de angst, de woede en de twijfel, die je verhinderen die zelf gewilde doelen te bereiken.” Mensen helpen om die uiterlijke strijd te verleggen naar binnen toe, om te transformeren van onrustig uiterlijke doelen najagende ego’s naar vredige aan innerlijke groei werkende onafhankelijke individuen, daar heeft Jac Hielema zijn werk van gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *